maandag 5 oktober 2009

Maura

Een blonde krullenbol zweeft tussen de hoofden mensen naar mij toe. Maura kijkt geïriteerd naar alle sukkels die haar weg versperren, alvorens ze met een elleboog of een knietje opzij te beuken. Ze wringt zich uit de menigte die naar de aula stroomt (het regent buiten), en struikelt half in mn armen. 'Godverdegodverdomme, stelletje klotebruggers, denken dat ze alles kunnen maken met hun asociaal grote rugtassen waar ze zelf met al hun vriendjes een feestje in kunnen bouwen en hun grijnzende beugelbekkies. Ik sla die dingen allemaal nog een keer uit hun mond.'
Een klein, piepjong meisje kijkt haar angstig aan, geschrokken van de uitbarsting. 'Ja wat nou hè?! Het is toch zo? KSSJT!!' Het meisje schiet weg, en verdwijnt in de zee van mensen. Ik zeg 'Kalm, Maura, die kinderen kunnen er toch ook niks aan doen dat ze veel te vroeg de middelbare school in worden gegooid?' Maura gromt wat. 'Ja maar Saaaar, het is toch zo! Die dingen zijn zo klein dat je over ze struikelt als je niet uitkijkt! Ik voel me soms net kleuterjuf in plaats van scholier!' We lopen gezamelijk naar buiten, twee eenzame figuren, zielig buiten de hekken verbannen, om het trieste, en totaal verklaarbare feit dat ze roken. We gaan op het muurtje zitten, onder de boom. Het regent zachtjes, waardoor alles in een soort grijze waas wordt gehuld. Ik luister rustig rokend naar het gemopper naast mij dat af en toe overgaat in een paar hoge, verontwaardigde uitschieters. Maura is op dreef vandaag. 'En mn haar wil natúúrlijk ook niet zitten, het staat alle kanten op! Door die pokkeregen is het net een grote uitgebloeide paardenbloem geworden!' Als ze weer een beetje uitgeraasd is, en de ergste buien voorbij zijn, hebben we de meest filosofische gesprekken. Over het Satanisme, over hekserij, het Christendom, het nietige bestaan van de mensheid en de onvoorstelbare, chaotische, oneindige grootte van het heelal. Er gaan in totaal ongeveer 14 sigaretten doorheen voor we doorhebben dat de bel al ongeveer een kwartier geleden gegaan is. We rennen naar binnen en ik hoor Maura's gevloek langzaam wegsterven als ze aan het einde van de gang is. Ze laat een spoor lijkbleke, omgebeukte brugklassers achter.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten